Den Alerdinck

Den Alerdinck maakt destijds deel uit van de bezittingen van Peter van Uterwijck, wiens zoon Jan Godfried als dijkgraaf van Salland het huis liet herbouwen met allure van een historische buitenplaats in de 18de eeuw. Waarschijnlijk is de afkomstig van twee boerenerven: het Groot- en het kleine Alerdinck. Deze erven worden reeds omstreeks 1500 genoemd. Hoewel Den Alerdinck meermalen is verbouwd en uitgebreid, is de huidige aanblik, niet ontstaan als gevolg van de bouwplannen van dijkgraaf Uterwijk. In 1869 kocht baron C.W. van Dedem uit Zwolle het buiten en liet de 18de eeuwse buitenplaats grondig verbouwen als gevolg waarvan een in eclectische stijl gehouden landhuis ontstond met afgeplat schilddak, waarop een dakruiter met wijzerplaat. Rondom het huis loopt een gracht, waarover een strakke brug is gebouwd, die toegang geeft tot het huis, dat opgetrokken is uit baksteen, twee bouwlagen heeft en een voorgevel bestaande uit vijf brede traveeën. Jammer is dat in het verleden veel oud-geboomte is gekapt, waardoor het landgoed aan karakter heeft ingeboet. De havezaten, die in Salland bewaar zijn gebleven, missen vak de allure die ze elders hebben. Toch imponeren sommige gebouwen, alhoewel de terreinen tuinen van Den Alerdinck pure bedrijfsterreinen waren en geen 'sierfunctie' hadden.. Toch moet rond 1800 er sprake zijn geweest van een parkaanleg in Engelse landschapsstijl, die zich uitte in een groots opgezette vijverpartij achter het huis en die als'wonderschoon'werd beschreven. Opvallend is veder de lange berceau aan de oostzijde van de oprijlaan. Volgens een bewaard Gebleven plattegrondschets dateert de geometrische grondslag van Den Alerdinck uit de 17de eeuw. Landgoed Den Alerdinck is het bezit geweest van diverse families. Na de Tweede Wereldoorlog is het landhuis aan de Nederlandse Hervormde kerk verhuurd als conferentieoord.