Huis Gunterstein

De eerste bewoners van het huis Gunterstein behoorden tot het ook in de stad Utrecht bekende geslacht Gunter. Het 14de eeuwse kasteel werd in 1511 door de Utrechters verwoest. Die de bouwmaterialen gebruikten om de stadswallen bij de bemuurde weerd te herstellen. Gijsbert van Nijenrode herbouwde omstreeks 1520 het kasteel. Van 1611 tot 1619 was Gunterstein eigendom van Johan van Oldebarneveld. De raadspensionaris van Holland die zijn leven liet op het schavot. De tweede verwoesting van Gunterstein vond plaats in het rampjaar 1672-1673 toen de Franse troepen van het dorp Breukelen en de meeste huizen aan de Vecht weinig heel lieten. Op de fundamenten binnen de slotgracht liet de Amsterdamse koopmansweduwe Magdalena Poulle in 1680 het huidige Gunterstein bouwen. Het ontwerp was naar alle waarschijnlijkheid van de Amsterdamse architect Adriaan Dortsman. Het classicistische gebouw wordt bekroond door een schoorsteen met vrouwenfiguren die de vier jaargetijden symboliseren. Het wapenbord boven het balkon aan de Vechtzijde is dat van de familie Gunter. Het wapen boven de ingang aan de oostzijde is dat van de familie Poulle. Een vaste brug verbindt het hoofdgebouw met de twee bouwhuizen op het voorplein. Het zuidelijke bouwhuis was tot 1955 oranjerie. Daarna de woning van de kasteelheer. In 1712 erfde Marie de Bordes het kasteel. Zij was gehuwd met Ferdinand van Collen. Hoofdschout en later burgemeester van Amsterdam. De laatste telg uit deze familie trouwde in 1844 met de Amsterdamse koopman Daniel Willink. die daarna de naam Willink van Collen mocht voeren. In 1935 kwam het kasteel door vererving in het bezit van de familie Quarles van Ufford. Die het in 1952 onderbracht in de stichting Ridderhofstad Gunterstein. De zichtlaan van het landgoed ligt in het verlengde van de lijn tussen de Pieterskerk van Breukelen en Gunterstein. Achter uit die laan lijkt het of de torenspits van de dorpskerk op de schoorsteen van de ridderhofstad staat.