Het kasteel van Heeze bestaat uit twee afzonderlijke gebouwen met elk een eigen bouwgeschiedenis. Het oudste deel, dat de middeleeuwse naam 'Eymerick' draagt, is een zestiende-eeuws langwerpig gebouw met trapgevels op veel oudere grondvesten. Dit huis staat achter het zeventiende-eeuwse hoofdgebouw, dat 'Heeze'genoemd is. De plannen voor dit huis waren van de hand van de bouwmeester Pieter Post. Zijn ontwerp behelsde een nog veel groter complex, waarvan slechts een gedeelte werd uitgevoerd. Dit deel, dat in 1665 gereedkwam, is echter al zeer imposant en doet meer denken aan het paleis van grand seigneur dan aan een eenvoudige landedelmanswoning. Het huis werd dan ook het centrum van een zeer uitgestrekt grootgrondbezit.
de bouwheer was Albert Snouckaert van Schauburg. Deze volgde de Van Hornes en Van Renesses op als heer van Heeze en leende en was de eerste protestante heer van de heerlijkheid. In 1735 kreeg het gebouw, dat een U-vormige plattegrond bezat, aan de open zijde een afsluiting met lagere vleugels. Tevens werd het interieur verfraaid, onder meer met spiegels en wandtapijten. Prachtige zeventiende-eeuwse wandtapijten met voorstellingen uit het leven van Alexander de Grote, naar tekeningen van Lebrun, sieren de gobelinzaal. De zes Vlaamse tapijten in de kleine salon, gemaakt naar gravures van werken van Petrus Paulus Rubens, stammen waarschijnlijk ook uit deze periode. Sinds de achttiende eeuw is Heeze in bezit van de familie Van Tuyll van Serooskerken. In de jaren 1796-1798 is de ingang enigszins gewijzigd door de creatie van een ovale, rijk gedecoreerde muziekkamer boven de poort, naar ontwerp van de Luikse architect Nicolas Renier.
Aan de buitenzijde werden op de gevel de familiewapens van de kasteelheer Jan Diederick Van Tuyll van Serooskerken en zijn echtgenote Johanna van Westreenen aangebracht. De poort kreeg een omlijsting met toscaanse pilasters, bekroond door een fronton. Op de plaats van een dienstruimte in de linkervleugel realiseerde Renier een bijzondere, rijkversierde badkamer met een verzonken bad in de vorm van een sleutelgat. Een andere bijzonderheid in het dertig kamers tellende kasteel vormt de zogenaamde geheime kamer op de bovengang, een grote kast waarvan de toegang in de lambrizering is verborgen. Omstreeks 1800 verving een stenen brug de oorspronkelijke houten voorganger. De oprijlaan stamt in aanleg nog uit de tijd van de oude burcht Eymerick.
