Groot Hoenlo

Twaalf jaar lang van 1895 tot 1907, was het op Groot Hoenlo een'va et vien'van bouwvakkers en ambachtslieden en werd het eenvoudige, wit bepleisterde classicistische landhuis omgetoverd tot een riante buitenplaats in Overijsselse riviergebied. De Haagse architecten Van Nieukereken (vader en zoon) maakten de ontwerpen. Ze waren niet erg onder de indruk van het Groot Hoenlo van dat moment ofschoon het reeds in de 14de eeuw wordt genoemd 'Van enige historische waarde bezat het niets anders dan een louis Quinze-trapleuning en het louis Seize-plafond in de voorgang', aldus de zoon in zijn memoires. De tuin was evenmin veel bijzonders. In 1911 werd de aanleg gewijzigd; Leonard Springer maakte het ontwerp. De Van Berkhouts leefden op grote voet: zomers op Groot Hoenlo in Olst,'s winters in Den Haag in hun huis aan het Plein 1813. In 1802 kwam het geslacht in het bezit van de havezate, die in 1357 opduikt in de annalen wanneer een Deventer bode daar een brief van de bisschop van Utrecht bezorgt. In 1365 wordt Hoenlo belegerd en wordt de kasteelheer de intocht in Deventer geweigerd. Volgens komt een zekere Wolter Machoris op de proppen, die een versterkt huis gaat bouwen en daarmee beleend wordt door de bisschop van Utrecht (1394). Een activiteit, die met groot wantrouwen wordt gadegeslagen door de Hanzesteden Kampen, Zwolle en Deventer. De drie IJsselsteden zijn niet zonder reden beducht voor de ambitieuze plannen van Heer Wolter. Voortdurend worden hun inwoners en handelslieden, die naar hen onderweg zijn, lastig gevallen door roofzuchtige edellieden, die in continu geldgebrek verkeren en onschuldige kooplieden proberen te chanteren. De drie steden waarschuwen de bouwheer dan ook niet met de bouw verder te gaan en na ampele overwegingen gaat deze daarmee akkoord. Hoenlo wordt dus geen roodridderslot zoals De Voorst bij Zwolle. In 1603 geschiedt er een ramp op Groot Hoenlo: de pest, de sluipende zwarte dood, die honderdduizenden slachtoffers maakt in Europa, slaat ook toe op de havezate bij Olst.

Het huis wordt op dat ogenblik bewoond door Elisabeth van Haersolte en haar kinderen; ze is sinds 1596 weduwe van Gerrit van Laer. Zestig jaar wordt de havezate verkocht aan Rutger van Haersolte, een militair die onder andere de Friese stadhouder diende. Deze Rutger wordt drie jaar later wel als riddermatige opgenomen in de Staten van Overijssel, waarmee een oude traditie van Groot Hoenlo in ere in hersteld. Alvorens we terechtkomen bij de vorige eeuwwisseling, waarbij Groot Hoenlo aan allerlei verbouwingen ten prooi valt, blijkt dat de havezate voor het geslacht Van Haersolte een geduchte financiële last is. In 1750 schieten de opbrengsten uit het boerenbedrijf te kort am die tekorten op te heffen. In 1763 wordt Groot Hoenlo dan voor ruim 25.000 gulden verkocht aan Gerbrand Johan Wyborgh. Deze familie blijkt overigens niet lang in het bezit van het huis: in 1802 wordt Hoenlo voor 65.000 gulden verkocht aan Jan Teding van Berkhout, raadsheer bij het hof van Holland, die later op de Bonkenhave in Vollenhove gaat wonen en op die manier in aanmerking komt om gedeputeerde van de pravincie Overijssel te worden. Groot Hoenlo is inmiddels veelgroter dan het goed uit de 17de eeuw: het omvat naast het huis zelf een reeks stallingen een koetshuis en een boomhuis, eenkwekerij, tuinen een Turkse tent ( een soort tuinprieel), boomgaarden en een groot bos. Dit bezit wordt nog uitgebreid met de erven Overkamp, Klein Hoenlo, Elzebroek en de havezate Dingshof. Bij een veiling in 1879 worden tientallen bomen van Groot Hoenlo verkocht en gekapt. In 1893 komen de al eerder genoemde Jan Willem Teding van Berkhout en dienst vrouw Johanna Petronella op Groot Hoenlo. Zij zullen het huis voortdurend verbouwen en het landgoed uitbreiden. 'Voor jonkheer en mevrouw Teding van Berkhout was verbouwen van Hoenlo een vorm van zich uitleven aan telkens opkomende nieuwe ideeën en behoeften', verzucht Van Nieukerken jr. op zekere ogenblik. Het exterieur van het huis wordt ingrijpend gewijzigd. In 1895 komt er een toren bij, terwijl de beide vooruitspringende vleugels met een nieuw middengedeelte met elkaar worden verbonden. Als kroon op het werk wordt dit nieuwe middengedeelte getooid met een fraaie klokgevel in Louis Quinz-stijl, die het huis tot een opvallend bouwwerk maakt. Ook het grondbezit Groot Hoenlo wordt aanzienlijk uitgebreid. Door grondaankoop breidt het welgestelde echtpaar het landgoed uit tot 600ha, waarbij onder andere de voormalige havezaten De Heare en Nijendal ook tot de bezittingen van Groot Hoenlo gaan behoren. Naar deze periode treedt het verval in. Groot Hoenlo, dat nu nog 190ha omvat, wordt al lang niet meer bewoond door een familie. In 1985 werd het huis opnieuw verbouwd, waarbij het werd opgedeeld in een aantal luxueuze appartementen. Desondanks is en blijft het een van de meest tot de verbeelding sprekende landhuizen van Olst en omgeving. kon tot op heden - augustus 2003 - nog niet worden uitgevoerd.