Kasteel Waardenburg

Het kasteel werd gesticht op 2 augustus 1265. Graaf Otto van Gelre gaf toestemming aan Rudolf de Cocq om op deze plaats een toren te bouwen. Na deze eerste toren werd in 1283 een nieuwe toren en een zaal gebouwd, die vermoedelijk van steen waren. Daarna volgde de bouw van een groot, veelhoekig complex met twee vierkante, een veelhoekige en twee halfronde torens. In 1397 kwam het kasteel in handen van de Van Broekhuysens, die in 1424 ook Ammersoyen verwierven. Onder hun erfgenamen, de Van Arkels, bleven beide kastelen in één hand. Catharina van Gelre, weduwe van Walraven van Arkel, koos in de Tachtigjarige Oorlog de zijde van de Spanjaarden. Hiermee riep deze vrouwe van Waardenburg de verwoesting van het kasteel over zich af. In 1574 werd Waardenburg door troepen van Willem van Oranje ingenomen en werd meer dan de helft van het kasteel verwoest. Johan Vygh werd in 1618 eigenaar een liet de noordelijke helft van het kasteel herstellen. Het beschadigde zuidelijke deel werd omstreeks 1700 afgebroken, waardoor het kasteel zijn hoefijzervormige plattegrond kreeg. In de 18de eeuw kwam het kasteel in handen van de familie van Aylva, die ook het aangrenzende huis Neerijnen bezat. In 1827 erfde de familie Van Pallandt Waardenburg. Vanaf 1895 werd het kasteel weer enige tijd bewoond, nadat restauratie en een aanbouw aan de oostzijde waren voltooid. Na de Tweede Wereldoorlog werd Waardenburg bewoond door A.F. van Goelst Meyer, oud-burgemeester van Rossum, die zich zeer heeft ingezet voor de instandhouding van het kasteel. In 1975 gaf jhr. C.L.H. van Vredenburch, die de erfgenaam van jkvr. J.E. barones van Pallandt was, het kasteel met omringend terrein in erfpacht aan Geldersche Kasteelen. Tegelijkertijd verkocht hij het huis Neerijnen, het park Waardenburg-Neerijnen en zijn overig terrein aan Het Geldersch Landschap. Het restauratieplan voor kasteel Waardenburg, dat in 1994 werd opgesteld, kon tot op heden - augustus 2003 - nog niet worden uitgevoerd.

(bron: Geldersche Kasteelen)


De legende van Johan Fraust

Hier zou de beruchte Johan Fraust hebben gewoond die er trots op was dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht. Zeven jaar zou Satan hem als 'knecht Joost' dienen Fraust liet hem wegen bestraten en weer opbreken. Hij betoverde boeren die hem hadden bespot om zijn duivelse kunsten, zodat ze niet meer konden praten en zich niet meer konden bewegen, zolang Faust dat wilde. Uiteindelijk greep men hem; de mensen zetten hem gevangen, eerst op kasteel Batenburg, later op kasteel waardenburg. In de kelders. Daar werd hij uiteindelijk, toen de zeven jaren om waren, door de duivel die hij zo trots zijn 'zwager'noemde onder indrukwekkend gebrul en tandengeklapper gehaald.


Foto's van de binnenkant.