De Dikke Tinne
Historische Bronnen over het kasteel
In 1299 schonk graaf Reinald 1 stadsrechten aan Mons Dei, het latere Hattem.
Dat betekende dat hij als landsheer rechten kon doen gelden op het grondgebied van Hattem.
Het maakte deel uit van zijn territorium.
De landsheren in de middeleeuwen waren mobiel.
Ze reisden binnen hun grondgebied van centrum naar centrum,
om zich aan hun onderdanen te vertonen, en soms om recht te spreken. Dat Hattem een van deze centra was, blijkt uit een oorkonde uit 1306, zeven jaar na de verlening van
het stadsrecht, waarin graaf Reinald 1 van Gelre een huis sticht in Hattem voor drie broeders van de Johannieter orde, die hij belooft op zijn kosten te onderhouden, totdat ze zichzelf kunnen
bedruipen. Als tegenprestatie moeten de broeders het huis onderhouden en zo nodig herstellen.
Als de graaf of zijn erfgenamen in hattem verblijven, moeten de broeders het veld ruimen, en bovendien
zorgen voor bedden en stro voor de graaf en zijn gevolg. Er zijn geen duidlijke aanwijzingen dat
dit huis een voorloper was van het kasteel, behalve dat het als eerst de functie van residentie voor
de rondtrekkende graaf vervulde.
Op 19 september 1361 wordt voor het eerst het "Huis van Hattem"genoemd.
ook hier is niet duidelijk of het om de burcht gaat of om een ander huis, maar het lijkt goed mogelijk dat het hier al een
voorloper, of eerst versie van de burcht betreft. Tien jaar later, in 1371, schenkt Reinald aan zijn bastaardzoon Johan van Hattem de burcht,
de stad en de heerschappij van Hattem met het kerspel en de hoge en lage rechtspraak.
Op 3 december van datzelfde jaar wordt dit nog eens bevestigd
door de zuster van Reinald, Machteld. Er is inmiddels sprake van een voorburcht.