Het verval van het kasteel.
April 1945. Canadees geschut davert over de anders zo vredige uiterwaarden. Na uren strijd wordt een Duitse post ingenomen: kasteel Nijenbeek. Bij de gevechten wordt het kasteel zwaar beschadigd. “Het kasteel Nijenbeek werd door granaten getroffen, waardoor het aanbouwsel van de toren aan de rivierkant met de wenteltrap grotendeels werd vernield en het dak geheel open kwam te liggen”. Bij de beschietingen was echter het hoofdgedeelte, een zware bakstenen vierkante toren, dankzij zijn buitengewoon soliede constructie overeind gebleven, zij het geschonden door kogelinslagen. Het kasteel, dat particulier eigendom was (en is), werd provisorisch hersteld, het dak werd vernieuwd en er konden zelf weer bezoekers worden rondgeleid. Maar ook dit laatste restant bleef niet gespaard. Door achterstallig onderhoud verslechterde de conditie van de muren en houtwerk zienderogen. Een restauratieplan van Monumentenzorg in de jaren '60 liep op niets uit. In deze tijd werd om veiligheidsredenen het kasteel voor het publiek gesloten. In de jaren '70 stortte het verwaarloosde dak in! Weer en wind kregen vrij spel in het kasteel. Een paar jaar geleden stortte het laatste (nog flink grote) muurrestant van de oostvleugel in elkaar. Het kasteel is tegenwoordig sterk in verval: water,schimmels en mossen tasten het metselwerk aan, de toren draagt nu een metershoge begroeiing van struikgewas dat welig tiert op en in de muren. Aan de zuid-en oostzijde zijn grote delen van de borstwering door de plantenwortels uitgebroken. Het kasteel is nu gevaarlijk terrein: de beheerder van het kasteel, W.J.Sonnenberg, vertelde mij over regelmatig vallend gesteente, vooral wanneer na perioden van vorst de dooi intreedt. Desondanks zijn er toch telkens onrechtmatige bezoekers, die het bord”Verboden Toegang”negeren en herhaaldelijk inbreken in het kasteel. Door deze gang van zaken was de beheerder zelfs genoodzaakt enkele nog resterende gewelven van de oostvleugel uit te breken omdat het instortingsgevaar voor deze ongenode gasten te groot werd! In 1901 spreekt H.M.Werner nog van “een ouden burgt,nog in volle kracht aanwezig en daar nog staande als een levende getuige van al die eeuwen, die vervolgen zijn”Ruim driekwart eeuw later is de burcht danig verzwakt en getuigt nog slecht van 20ste-eeuwse vernielzucht…
